VandenEnde Foundation

Nieuws

Reactie VandenEnde Foundation op VPRO radio-uitzending Argos en het weekblad De Groene Amsterdammer

9 februari 2018

 In het VPRO-radioprogramma Argos van 4 februari jl. en het weekblad De Groene Amsterdammer van 7 februari jl. zijn ernstige beschuldigingen geuit aan het adres van de VandenEnde Foundation en aan de familie Van den Ende in het bijzonder.
Beweerd wordt dat de familie Van den Ende met de Foundation vooral het eigen belang dient en dat de Belastingdienst hiertoe een oogje dicht knijpt.

Om deze verdachtmakingen niet onweersproken te laten geven wij hieronder een puntsgewijs overzicht van de werkelijke feiten.

OVER DE VANDENENDE FOUNDATION
De diepgewortelde passie voor kunst en cultuur heeft het echtpaar Joop en Janine van den Ende, na de verkoop van het mediabedrijf Endemol in 2000, doen besluiten om een substantieel deel van het hierdoor verkregen vermogen beschikbaar te stellen voor een maatschappelijke doelstelling.
Hiertoe is in 2001 de Stichting VandenEnde Foundation opgericht, met als missie het stimuleren van kunst en cultuur, met een nadruk op de podiumkunsten.

De VandenEnde Foundation stelt zich ten doel om individuele talenten de mogelijkheid te bieden zich verder te bekwamen in hun vakgebied. Ook worden culturele instellingen gestimuleerd om nieuwe initiatieven te nemen en hun ondernemende kwaliteiten verder te ontwikkelen.
De VandenEnde Foundation is initiatiefnemer van het DeLaMar Theater in Amsterdam, dat een veelzijdig en gevarieerd theateraanbod biedt.

Als algemeen nut beogende culturele instelling (ANBI) ondersteunt de VandenEnde Foundation al deze activiteiten door middel van financiële bijdragen.

Sedert de oprichting in 2001 heeft het echtpaar Van den Ende ruim € 155 mln. onherroepelijk geschonken aan de VandenEnde Foundation. Op zijn beurt heeft de Foundation hiermee financiële bijdragen toegekend aan vele honderden instellingen en individuen.

Voor meer informatie over het beleid van de VandenEnde Foundation en de verleende bijdragen zie onze website www.vandenendefoundation.nl

DE VANDENENDE FOUNDATION HEEFT DE ANBI-STATUS,
WAT BETEKENT DIT.
De Nederlandse overheid stimuleert de vrijgevigheid van particulieren door een belastingvermindering te bieden voor aan goede doelen geschonken geld.
Instellingen die dit structureel doen, zoals de VandenEnde Foundation, kunnen hiertoe de zogenoemde ANBI-status aanvragen. Deze afkorting staat voor Algemeen Nut Beogende Instelling. Een van de voorwaarden om deze status te verkrijgen is dat de betreffende instelling een maatschappelijk doel moet dienen – in het geval van de VandenEnde Foundation een cultureel doel – en geen winstdoelstelling mag hebben.
Ook moet een ANBI, zoals de VandenEnde Foundation, jaarlijks publiekelijk verantwoording afleggen over onder meer de bestedingen.

TOEZICHT EN VERANTWOORDING
De VandenEnde Foundation handelt altijd transparant. Jaarlijks publiceert de Foundation een beleidsplan en een uitgebreid verslag van zijn activiteiten en bestedingen. Deze verslagen worden aan een brede kring geïnteresseerden toegezonden, waaronder parlementsleden, relevante ministeries, media en andere belangstellenden. Voorts zijn deze verslagen te raadplegen op onze website www.vandenendefoundation.nl/over-vandenende-foundation/anbi-informatie en www.vandenendefoundation.nl/jaarverslagen

Door het radioprogramma Argos werd gesuggereerd dat “de Belastingdienst een oogje dichtknijpt bij het handelen van de Foundation.”

De Belastingdienst, die in eerste instantie verantwoordelijk is voor het toezicht op ANBI’s, wordt door ons jaarlijks uitvoerig geïnformeerd over de activiteiten van de Foundation.

In geval van mogelijke conflictsituaties worden deze vooraf aan het ANBI team voorgelegd ter goedkeuring. Zo is bijvoorbeeld de aankoop, bouw en vermogensvorming m.b.t. het DeLaMar Theater eerst aan het ANBI team ter goedkeuring voorgelegd.

 

GEEN CONFLICT MET BELASTINGDIENST
Door het radioprogramma Argos werd gesteld dat de Belastingdienst voornemens was te verbieden dat filantropen en hun familieleden in het bestuur van hun vermogensfonds te laten plaatsnemen.

Het bestuur van de Foundation, en Joop en Janine van den Ende in het bijzonder, maakten ernstig bezwaar tegen dit voornemen en kondigden aan de Foundation te zullen staken als dit voorstel zou worden doorgevoerd. Het zou hun het recht ontnemen om zelf mede richting te geven aan de besteding van het door hen onherroepelijk beschikbaar gestelde vermogen.
Naar zeggen van Argos trok de Belastingdienst het voorstel vervolgens schielijk in, bang dat een groot deel van de familiefondsen – naar schatting goed voor 150 miljoen euro per jaar – er het bijltje bij neer zou gooien.

Deze door Argos tot breaking news opgeblazen kwestie betrof een voornemen van het ministerie van Financiën in 2006 toen de hele regelgeving rond het nieuwe fenomeen ANBI’s werd vormgegeven.
Samen met andere familiefondsen hebben wij via de FIN, de brancheorganisatie van vermogensfondsen in Nederland waarbij de VandenEnde Foundation is aangesloten, bezwaar tegen de voorgenomen regel gemaakt. Het ministerie heeft toen, mede op grond van de geuite bezwaren en argumenten, dit voornemen niet doorgezet. Het is dus pertinent onjuist dat het bedoelde voorstel alleen op grond van de bezwaren van de familie Van den Ende zou zijn losgelaten.

BESTUURSSAMENSTELLING
De ANBI regels t.a.v. het bestuur zijn duidelijk: “er dienen ten minste drie bestuurders te zijn en geen van de bestuursleden mag een doorslaggevende zeggenschap hebben over het vermogen”. Met andere woorden, er is geen enkel bewaar tegen het feit dat de heer en mevrouw Van den Ende bestuurslid zijn.
Door het aftreden van een van de bestuursleden eind 2016, wordt niet meer aan de gewenste verhouding voldaan. In het jaarlijks overleg met de Belastingdienst is in 2017 dit punt aan de orde geweest. Door de Foundation is toen toegezegd dat het bestuur opnieuw aangevuld zal worden met bestuursleden die geen familie zijn. Naar verwachting zullen deze nieuwe bestuurders op afzienbare termijn worden benoemd.

BELASTINGVOORDEEL
In de jaren 2009 tot 2016 schonk Van den Ende via zijn Foundation 65 miljoen euro aan diverse doelen, wat hem dus een belastingvoordeel kan opleveren van 16 à 20 miljoen.” aldus Argos en De Groene Amsterdammer

In deze niet onderbouwde berekeningen wordt geheel voorbijgegaan aan het feit dat, zo er al sprake zou zijn van enig fiscaal voordeel, dit alleen behaald kan worden als door de familie Van den Ende tenminste € 65 miljoen uit hun privévermogen onherroepelijk wordt geschonken aan de stichting VandenEnde Foundation. Ieder weldenkend mens zal zich realiseren dat het behalen van het gesuggereerde belastingvoordeel van € 16 à 20 miljoen, wel een extreem hoge prijs heeft (€ 65 miljoen). Overigens bedraagt het totaal aan onherroepelijke schenkingen over de gehele bestaansperiode van de VandenEnde Foundation inmiddels ruim € 155 mln.

BESTEDINGEN
Van het totaal van de familie Van den Ende ontvangen schenkingen in de periode 2009-2016 is door de VandenEnde Foundation, op grond van het met de Belastingdienst afgestemde beleid, een deel bestemd voor de programmering, onderhoud, exploitatie en vastgoedfinanciering van het DeLaMar Theater.

Daarnaast werden tal van instellingen en individuele personen, veelal werkzaam in het domein van de podiumkunsten, financieel ondersteund middels bijdragen en beurzen. Podiumkunst is de focus van de VandenEnde Foundation.
De bewering van Argos en De Groene Amsterdammer “…dat minimaal 63 procent van deze giften (40 miljoen) direct of indirect terechtkwam bij het netwerk van Van den Ende: bij organisaties waar hijzelf en zijn familie, vrienden en zakenpartners een flinke vinger in de pap hebben.” is niet houdbaar en tendentieus.

Ook de uitspraak van Argos: “Mede dankzij de Belastingdienst, die bij het imperium van Joop een oogje dichtknijpt bij het toezicht op de besteding van goede-doelengelden.” mist iedere onderbouwing.

DELAMAR THEATER
Ook de bouw en exploitatie van het DeLaMar Theater wordt door Argos en De Groene Amsterdammer beschouwd als een complot van de familie Van den Ende om zichzelf te bevoordelen.

Dit zijn de feiten:
In 2002 werd de VandenEnde Foundation benaderd door de gemeente Amsterdam met de vraag of deze bereid was de leegstaande en verloederde bioscopen Calypso en Cinerama over te nemen.
Door toenmalig wethouder van o.m. cultuur, mevrouw Hannah Belliot, werd verzocht om ook het naastgelegen Nieuwe de la Mar Theater bij de plannen te betrekken. Dit theater werd door de gemeente als verouderd en onveilig gekwalificeerd, maar het ontbrak aan middelen om de broodnodige en kostbare renovatie te kunnen bekostigen.

Na een zeer lang ontwikkelingstraject en hoge kosten heeft de VandenEnde Foundation uiteindelijk een volledig nieuw theater met twee theaterzalen gebouwd, het huidige DeLaMar Theater. Kostprijs € 65 mln.

In tegenstelling tot de veelgehoorde bewering heeft de VandenEnde Foundation de gebouwen en de grond niet voor slechts één euro gekocht.
De grond en de daarop staande bebouwing is, met de verplichting tot volledige sloop van de opstallen, intensieve grondsanering en nieuwbouw van een theatercomplex, door de gemeente Amsterdam uitgegeven in voortdurende erfpacht. Deze erfpacht is aangegaan voor een eerste periode van 50 jaar. (t/m 2056) en de jaarlijkse canon voor die periode is afgekocht voor € 1,2 mln.

Los hiervan heeft de VandenEnde Foundation nog talloze miljoenen moeten investeren in de grondsanering en de bouwkundige- en organisatorische ontvlechting met het naastgelegen Theater Bellevue. Ook moesten, als gevolg van nieuwe eisen van de Welstandscommissie, twee naastgelegen panden aangekocht worden en de bewoners hiervan schadeloos gesteld worden.

De door Argos en De Groene Amsterdammer geciteerde directeur van Theater Bellevue, Jeannette Smit zegt hierover het volgende: “De stad heeft Van den Ende een mega-cadeau gegeven! Voor een prikkie heeft hij zijn eigen theater.”
In de wetenschap dat de VandenEnde Foundation een bedrag van € 65 miljoen heeft moeten investeren in de ontwikkelings- en bouwkosten van het theater, is het de vraag gerechtvaardigd in welke wereld mevrouw Smit leeft om dit bedrag te kunnen kwalificeren als “voor een prikkie.”

Hierbij moet nog worden vermeld dat de aan de gronduitgifte verbonden bestemming strikt beperkt is tot het huidige theatergebouw.
De met deze beperkende culturele bestemming samenhangende waardering van de grond en het vastgoed werkt absoluut niet waardeverhogend. Naar verwachting zelfs het tegendeel.


BESPELINGSVOORWAARDEN
Jeannette Smit, andermaal geciteerd door Argos en De Groene Amsterdammer: “Het bood hem de mogelijkheid om een privé-plek te verwerven, waar hij vooral zijn eigen producties kan neerzetten, echt een enorm voordeel.”

De voorwaarden waarop de VandenEnde Foundation het DeLaMar Theater heeft kunnen bouwen en kan exploiteren, zijn in 2004 vastgelegd in een convenant met de gemeente Amsterdam.


Een van de voorwaarden is dat de VandenEnde Foundation er zorg voor draagt dat van de totaliteit aan voorstellingen in de twee zalen van het nieuwe theater de programmering van het voormalige Nieuwe de la Mar Theater op hoofdlijnen wordt voortgezet: gevarieerd voor wat betreft genres en bespelers.

Relevant hierbij is dat het theaterbedrijf Joop van den Ende Theaterproducties destijds een zeer frequent en succesvol bespeler was van het voormalige Nieuwe de la Mar Theater.

Het huidige DeLaMar Theater bestaat uit twee zalen, de Mary Dresselhuys zaal en de Wim Sonneveld zaal. Rekening houdend met het veranderde aanbod van onafhankelijke producenten, kan worden gesteld dat de Mary Dresselhuys zaal qua programmering de voortzetting is van het voormalige Nieuwe de la Mar Theater.

In tegenstelling tot het voormalige Nieuwe de la Mar Theater, spelen in de Mary Dresselhuys zaal vrijwel geen producties van het theaterbedrijf van Stage Entertainment, waarvan Van den Ende minderheidsaandeelhouder is.

In de grote Wim Sonneveld zaal spelen met enige regelmaat ook grotere musicalproducties van Stage Entertainment. Dit is conform de in het convenant vastgelegde afspraken. Deze productiemaatschappij is een van de weinige onafhankelijke partijen die kwalitatieve producties kan aanbieden geschikt voor deze zaal met een capaciteit van ca. 1.000 zitplaatsen. De producties van Stage Entertainment, zoals dit jaar ‘Was getekend Annie M.G. Schmidt’ spelen op dezelfde zakelijke voorwaarden zoals die ook voor alle andere theaterproducenten gelden.

Behalve in de twee meest succesvolle jaren 2013 en 2014, bedroeg het percentage voorstellingen van een Stage Entertainmentproductie jaarlijks gemiddeld slechts 16% van het totaal aantal voorstellingen.

Een andere belangrijke bespeler is de Theateralliantie. Dit is een samenwerkingsverband van zes landelijke grote theaters in o.m. Rotterdam, Breda, Groningen, Heerlen en Apeldoorn. Het DeLaMar Theater maakt deel uit van dit samenwerkingsverband.

DE FOTOCOLLECTIE DELAMAR THEATER
De fotocollectie DeLaMar Theater is samengesteld op initiatief van Janine van den Ende. Deze permanente expositie past in de destijds door Joop van den Ende ingezette traditie om in alle theaters van zijn bedrijf, zowel nationaal als internationaal, hedendaagse beeldende kunst te exposeren.  

De fotocollectie DeLaMar Theater bestaat uit in speciale opdracht voor het theater gemaakte foto’s en aangekochte fotowerken. Voor de keuze van de fotografen is gebruik gemaakt van externe adviseurs.
De VandenEnde Foundation heeft € 952.000 bijgedragen ter gedeeltelijke dekking van de kosten hiervan en voor de aanschaf en plaatsing van alle andere kunstwerken die in het theater worden geëxposeerd.

De fotocollectie en de andere kunstwerken zijn eigendom van een steunstichting van de VandenEnde Foundation. Voor het eigendom van de fotocollectie gelden dezelfde beperkende voorwaarden als voor de eigendom van het theater. Hierbij is geen sprake van enig persoonlijk voordeel voor de familie Van den Ende.

Voor meer informatie over de fotocollectie zie: www.vandenendefoundation.nl/media/1112/vdef-jaarverslag-2014.pdf, pg. 151.

 

EIGENDOM VAN HET DELAMAR THEATER
De door Argos en De Groene Amsterdammer meerdere malen geciteerde Jeannette Smit stelt: “Voor een prikkie heeft hij zijn eigen theater midden in de binnenstad op een triple A-locatie. Die waarde is alleen maar toegenomen..”

Benadrukt moet worden dat het DeLaMar Theater eigendom is van Stichting VandenEnde Foundation en dus niet van de familie Van den Ende. De Foundation is als eigenaar volledig verantwoordelijk voor onderhoud en exploitatie van het theater.

Een deel van de bouwkosten van het nieuwe theatercomplex is gefinancierd door middel van een hypotheek. Deze wordt stelselmatig afgelost, zodat de VandenEnde Foundation over een aantal jaren vrij van schulden is. Een zakelijke huur in ruil voor een gegarandeerde exploitatiedekking van de Foundation, zorgt ervoor dat bij mogelijk tegenvallende resultaten geen beroep gedaan hoeft te worden op overheidssubsidie.

Mocht om de een of andere reden de Foundation het theater willen verkopen, dan heeft de gemeente Amsterdam contractueel het eerste recht van koop.
Ongeacht welk bedrag het theater bij verkoop ook zou opbrengen, komt deze opbrengst uitsluitend ten goede van de VandenEnde Foundation en vloeit nimmer terug naar de familie Van den Ende.

Bij eventuele beëindiging van de VandenEnde Foundation moet op grond van statutaire bepalingen het gehele vermogen van de stichting worden overgedragen aan een ANBI-instelling met een vergelijkbaar doel. Ook in die situatie vloeien er dus geen gelden terug naar de familie. Immers, de schenkingen van de familie aan de Foundation zijn onherroepelijk gedaan.
Overigens heeft de familie Van den Ende kenbaar gemaakt de VandenEnde Foundation voor onbepaalde tijd te willen laten voortbestaan.

 

MÉÉR MUZIEK IN DE KLAS
Het project ‘Méér muziek in de klas’, is een initiatief van voormalig minister van OCW Jet Bussemaker, oud-wethouder cultuur van de gemeente Amsterdam Carolien Gehrels en Joop van den Ende. Met dit project wordt bevorderd dat muziekeducatie weer een vast lesonderdeel wordt in het basisonderwijs. De VandenEnde Foundation is betrokken bij dit initiatief.

Hierover merken Argos en De Groene Amsterdammer het volgende op.
De Foundation stelde in 2015 en 2016 bij elkaar 1,2 miljoen euro beschikbaar aan de stichting. Maar Van den Ende deed méér dan geld geven. Hij wist de NPO en AVROTROS te interesseren voor het tv-programma Lang leve de muziekshow, ….dat in opdracht van de publieke omroep geproduceerd wordt door Medialane, het productiebedrijf van zijn dochter Iris van den Ende.

De gang van zaken is als volgt.
In 2016 heeft de VandenEnde Foundation een bijdrage van € 1.2 mln. aan Stichting Méér Muziek in de Klas verleend. De stichting Méér Muziek in de Klas heeft hiermee o.m. een serie door KRO-NCRV geproduceerde serie tv-programma’s, gedeeltelijk gefinancierd.

Nadat KRO-NCRV in 2017 liet weten niet geïnteresseerd te zijn in voortzetting van het programma, is de stichting Méér Muziek in de Klas, op advies van de NPO-netmanager, in overleg getreden met AVROTROS. Deze omroep was bereid een nieuw muziekprogramma voor kinderen te maken, uit te zenden op primetime. Gezien de schaal en aard van het gewenste programma heeft AVROTROS het productiebedrijf MediaLane uitgenodigd met een programmavoorstel te komen. MediaLane is een van de vaste toeleveranciers van AVROTROS.

Het voorgestelde programmaformat is door de AVROTROS en de netmanager goedgekeurd en daarna voorgelegd aan Stichting Méér Muziek in de Klas. Op basis van het programmavoorstel en de bereidheid van de AVROTROS om dit programma op een gunstig tijdstip uit te zenden, heeft het bestuur van Méér Muziek in de Klas besloten om in 2017 met AVROTROS in zee te gaan. Voor het sluitstuk van de programmaserie, het Kerst Muziek Gala is AVROTROS een productieovereenkomst aangegaan met POSvideo Amsterdam.

BLOCKBUSTERFONDS
Ook het Blockbusterfonds zien Argos en De Groene Amsterdammer als een complot.
Tot 2016 voerde de overheid beleid dat er in Nederland niet meer dan vier goede-doelenloterijen mochten zijn. Novamedia kreeg drie van die vier vergunningen. In die vergunningen is opgenomen dat de loterijen minimaal vijftig procent van de inleg moeten afstaan aan goede doelen. Novamedia zag dat percentage graag verlaagd. Minder geld naar goede doelen betekent meer geld in de prijzenpot en daarmee meer mensen die loten kopen. Om dat voor elkaar te krijgen verzon Van den Ende een list: het Blockbusterfonds.

 De werkelijke gang van zaken is als volgt.
In zijn Mandeville-lezing in 2011, riep Joop van den Ende op om kunst en cultuur niet als louter linkse hobby en kostenpost te zien, zoals het toenmalige kabinet Rutte I deed, maar als een serieus en onmisbaar onderdeel van onze samenleving. Bovendien zou met kunst en cultuur ook geld te verdienen zijn bijvoorbeeld door het toerisme naar ons land te bevorderen met aantrekkelijke tentoonstellingen en culturele evenementen. Hij stelde toen de oprichting voor van een nationaal fonds van waaruit nationale en internationale marketing-campagnes ten behoeve van deze evenementen zouden kunnen worden gefinancierd. 

Toen het ministerie van OCW liet weten zo’n fonds toe te juichen maar er geen budget voor te kunnen vrijmaken, moest naar andere financieringsvorm gezocht worden. Deze is toen gevonden in een samenwerking van het Prins Bernhard Cultuurfonds, het VSBfonds, de VandenEnde Foundation en de BankGiro Loterij in de vorm van het Blockbusterfonds.
Voor de goede orde: het Blockbusterfonds, inclusief de BankGiro Loterij, verstrekt uitsluitend leningen aan instellingen met een ANBI-status.

In dit verband proberen Argos en De Groene Amsterdammer andermaal de werkelijkheid naar hun hand te zetten: “Stage Entertainment profiteert vaker van het fonds.” Echter, Stage Entertainment heeft geen ANBI-status en kan derhalve niet in aanmerking komen van een bijdrage van het Blockbusterfonds. Aan Stage Entertainment zijn derhalve door het Blockbusterfonds nimmer leningen verstrekt.

Voor meer informatie over het Blockbusterfonds, zie www.blockbusterfonds.nl

 

ONS COMMENTAAR (vetgedrukt) OP HET OVERZICHT VAN DE DOOR DE GROENE AMSTERDAMMER BENOEMDE GIFTEN VAN DE VANDENENDE FOUNDATION IN DE PERIODE 2009-2016

Voor de onderbouwing van hun kwestieuze beweringen hebben Argos en De Groene Amsterdammer een selectieve greep gedaan uit de vele honderden door de VandenEnde Foundation ondersteunde projecten.
Gesuggereerd wordt dat grote bedragen ten onrechte zijn toegekend aan personen en instellingen die volgens de Argos en De Groene Amsterdammer tot het netwerk behoren van de VandenEnde Foundation of de familie Van den Ende.


Hierbij de feiten:

  • € 32 miljoen
    Doel: DeLaMar Theater Amsterdams theater Stage/vermogensopbouw
    Het betreft hier de aflossing van de hypotheek
    Stage Entertainment is slechts een van de vele bespelers van het
    DeLaMar Theater en heeft geen enkel voordeel bij de aflossing van
    de hypotheek.

  • € 2,45 miljoen Blockbusterfonds Lening marketing/producties
    Theateralliantie/Stage
    De Theateralliantie is een onafhankelijk samenwerkingsverband van zes landelijke theaters, waaronder het DeLaMar Theater. Eventuele bijdragen
    van het Blockbusterfonds komen uitsluitend ten goede aan de
    Theateralliantie. Stage Entertainment (geen ANBI) heeft nooit bijdragen
    of leningen van het Blockbusterfonds ontvangen.

  • € 1,2 miljoen Méér muziek in de klas-Productie tv-programma’s dochter
    Onjuist: in genoemde periode 2009-2016 was MediaLane niet betrokken
    bij Méér Muziek in de Klas (zie toelichting in bovenstaande tekst).

  • € 0,952 miljoen Fotocollectie DeLaMar Eigendom Foundation/vermogensopbouw
    De Fotocollectie DeLaMar Theater is eigendom van stichting
    Art & Theatre, een steunstichting van de Foundation.

  • € 0,25 miljoen Nationaal Comité Inhuldiging - Grote order aan belangrijke
    zakelijke relatie RTL
    De bijdrage van de VandenEnde Foundation aan het Nationaal Comité Inhuldiging Foundation is op geen enkele wijze gerelateerd aan
    de uitgave van het Droomboek.

  • € 0,25 miljoen Holland Festival - Geprogrammeerde producties van Stage
    Entertainment
    Onjuist: de bijdragen van de VandenEnde Foundation aan het Holland
    Festival waren bestemd voor twee autonome programmaonderdelen
    die geen enkel verband hielden met Stage Entertainment.

  • € 0,15 miljoen Leerstoel economie van de podiumkunsten, Erasmus
    Universiteit Rotterdam - Bijzonder hoogleraar is Cees Langeveld, directeur
    van het Chassé Theater in Breda en bestuurslid Theateralliantie.
    De financiering van de leerstoel Economie van de Podiumkunsten
    van prof. Dr. Cees Langeveld aan de Erasmus Universiteit liep van
    2007 tot 2015 paste in het beleid van de VandenEnde Foundation om
    ook wetenschappelijk onderzoek van cultureel ondernemerschap te bevorderen.
    Het Chassé Theater is sinds 2017 een van de deelnemende partijen in
    De Theateralliantie. Er is geen enkele samenhang tussen beide feiten.

  • € 0,045 miljoen André van Duin Comedy Award - Uitreiking in Beatrix
    Theater van Stage Entertainment.
    Het Beatrixtheater is geen eigendom van Stage Entertainment.
    De André van Duin Comedy Award is uitgereikt tijdens een speciaal
    gala voor André van Duin ter gelegenheid van zijn 50-jarige artiesten­-
    carrière. De VandenEnde Foundation heeft alleen de prijs gefinancierd
    en was niet betrokken bij de organisatie en financiering van dit gala.

  • € 3 miljoen Organisatiekosten (63% van 4.680.967)
    De organisatiekosten van de VandenEnde Foundation hebben betrekking
    op het geheel van activiteiten. Sommige projecten vergen meer organisatorische aandacht dan andere. Er is geen toerekenings-verdeling te maken naar verschillende projecten en activiteiten.

    Totaal € 40,35 miljoen

Onderstaande bestedingen worden door Argos en De Groene Amsterdammer gekwalificeerd als “semi-onafhankelijk”.
Hierbij de feiten:


  • € 11 miljoen Exploitatie DeLaMar en programmering min de huurinkomsten van het DeLaMar Theater - Bijdrage exploitatiekosten plus bijdrage programmering DeLaMar. Zelfde bestuur als in Foundation.
    Het totaal bedrag van de exploitatie en programmering van het DeLaMar Theater, minus de huurbaten, bedraagt € 22 mln. Dit bedrag is conform
    de bij de Belastingdienst gedeponeerde jaarrekeningen.
  • € 2,3 miljoen DeLaMar Producties- Experimenteel theater. Hetzelfde bestuur als in de Foundation 
    Deze bijdrage is onderdeel van de programmeringsondersteuning van het DeLaMar Theater.

Totaal € 13.3 miljoen

Onderstaande bestedingen worden door Argos en De Groene Amsterdammer gekwalificeerd als “buiten netwerk”.
Hierbij de feiten:

  • € 2,4 miljoen Verbouwing Stedelijk Museum
    Dit betreft de laatste betaling van de VandenEnde Foundation van de totale bijdrage van € 6 miljoen voor de renovatie en nieuwbouw van het Stedelijk Museum.

  • € 2,45 miljoen M-lab - Experimenteel theater
  • € 1,23 miljoen Beurzen Ontwikkeling jong talent
  • € 0,1 miljoen Documentaire totstandkoming DeLaMar Theater
  • € 1,75 miljoen Organisatiekosten (37% van 4.680.967)
    De organisatiekosten van de VandenEnde Foundation hebben betrekking
    op het geheel van activiteiten. Sommige projecten vergen meer organisatorische aandacht dan andere. Er is geen toerekenings-verdeling te maken naar verschillende projecten en activiteiten.

Totaal € 7,95 miljoen.

Onderstaande bestedingen kunnen volgens door Argos en De Groene Amsterdammer niet worden geïdentificeerd.
Hierbij de feiten: