6 augustus 2025 | Studiebeurs
Interview: Martin Crasborn keert terug naar Engeland
Het is niet de eerste keer dat Martin Crasborn (1998) in Engeland studeert. Eerder al, in 2019/2020, volgde hij de Master Culture Industries aan de Goldsmiths University of London. Vijf jaar later – hij studeerde tussendoor af aan de Gentse bacheloropleiding Audiovisuele Kunsten – keerde hij terug naar het Verenigd Koninkrijk. Sinds januari 2025 volgt hij daar de masteropleiding Direction Fiction aan de National Film and Television School.
Waarom viel je keuze op deze opleiding?
“De Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent was een goede plek om mijn stem als maker te verkennen. Ik kreeg daar veel artistieke vrijheid en de kans om verschillende soorten films te maken: niet alleen fictie, maar ook experimentele films en documentaires. Tegen het einde van de studie wist ik dat ik me als fictieregisseur wilde ontwikkelen.
Nadat ik een aantal maanden had gewerkt, zocht ik een vervolgopleiding met meer nadruk op ambacht. De National Film and Television School (NFTS) trok me aan vanwege de praktijkgerichte aanpak, de topfaciliteiten en het internationale netwerk van de school. NFTS werkt eigenlijk als een productiehuis waarin mensen uit alle hoeken van de filmwereld samenkomen: van regisseurs en producenten tot componisten en motion-graphic designers. Er zijn weinig scholen waar je zulke gespecialiseerde opleidingen kunt volgen, en samenwerkt met medestudenten die al aanzienlijke ervaring hebben in hun vak.
Ik wilde sowieso een vervolgstudie in het buitenland doen, om daar een internationaal netwerk op te bouwen. Afgezien van het feit dat ik het leuk vind om in een internationale omgeving te werken, wordt er – vooral binnen het Europese filmlandschap – alsmaar meer samenwerkt tussen landen. De contacten die je in het buitenland legt, kunnen heel goed van pas komen wanneer je bijvoorbeeld financiering zoekt voor een film of serie. Mijn droom zou zijn om ooit een coproductie te regisseren tussen het Verenigd Koninkrijk, Nederland en België.”
Je bent nu een half jaar bezig op de NFTS. Hoe bevalt het tot dusver?
“In de eerste maanden heb ik al ongelooflijk veel geleerd. Aan het begin van de opleiding deden we een aantal kleine workshops, zodat de tien leden van elke specialisatie (scenario, productie, regie en cinematografie) elkaar goed leerden kennen. Daarna deden we meerdere korte regieoefeningen, waarvoor we meteen al met professionele acteurs mochten werken en een studio en crew ter beschikking kregen.
Vervolgens kwam de eerste echte korte film, die we op 16mm draaiden. Aangezien ik nog nooit op film had gedraaid, was dat best spannend, maar ik vond het fantastisch. De school kiest er bewust voor om je veel op film te laten draaien, zodat je leert om je tot in de puntjes voor te bereiden en op set efficiënte en duidelijke keuzes te maken.
Tekst gaat verder onder de afbeeldingen.
Op dit moment ontwikkelen we een volgende korte film, waarbij we samenwerken met een scenarist. Ook dat is voor mij een nieuwe ervaring, aangezien ik tot nu toe altijd mijn eigen films heb geschreven.
Al met al voldoet de opleiding tot nu toe aan mijn verwachtingen. Ik heb vooral ook geluk met mijn jaargang. Binnen ons groepje van tien regisseurs hebben we op korte tijd al een hechte band opgebouwd. Ook binnen de andere richtingen heb ik al goede vriendschappen gesloten. Dat heeft er niet alleen toe geleid dat ik me in de opleiding op mijn plek voel, maar betekent ook dat ik goede contacten kan leggen voor de toekomst. Uiteindelijk is je netwerk de grootste troef van een filmopleiding.”
Hoe is het leven buiten je studie, als student in Engeland?
“Ik was al bekend met de cultuur, omdat een deel van mijn familie hier woont en ik al een aantal vrienden in Londen had. Ik had ook het geluk dat ik best snel een kamer vond en de groep fijne mensen trof. Het is fantastisch om omringd te zijn door de mensen die dezelfde passie delen.
Echt veel tijd buiten de opleiding heb ik niet. Het tempo ligt daar vrij hoog, omdat je constant met meerdere projecten tegelijk bezig bent. Ik heb al vaker gehad dat ik overdag op de set stond voor een film, tijdens de lunch een meeting had voor een volgende, en ’s avonds bij mijn monteur langsging voor een derde film in post-productie.
Hoewel ik het fijn vind om zo intensief bezig te zijn, is het daardoor soms wel moeilijk om een leven buiten de opleiding te hebben. De school is ook vrij klein (ongeveer 500 studenten), dus het kan soms best als een bubbel voelen. Ik kies er dus bewust voor om tijdens het weekend met vrienden van buiten de opleiding af te spreken. Ook ga ik regelmatig wandelen in een van de mooie natuurgebieden rondom Londen.”
Hoe zou je jezelf als filmmaker en regisseur typeren?
“Op het moment dat ik een idee begin te ontwikkelen, weet ik vaak nog niet wat het kernthema is. Ik begin vaak met een flard van een idee, al is het maar een beeld of een zin. Door er veel in te “kneden”, kom ik er gaandeweg achter wat ik nou eigenlijk wil zeggen.
Hoewel ik altijd denk dat ik een totaal nieuw pad insla, zijn er toch altijd bepaalde thema’s die vaak terugkomen, zoals de botsing tussen mannelijkheid en kwetsbaarheid. Ik heb een fascinatie voor onderhuidse spanningen tussen mensen: hoe dat wat niet wordt uitgesproken, uiteindelijk toch naar de oppervlakte drijft. Ook rouw, herinnering en eenzaamheid zijn voor mij terugkerende bronnen van inspiratie, vooral de manieren waarop mensen proberen om te gaan met de verschillende vormen van verlies en leegte die het leven met zich meebrengt.”
Tekst gaat verder onder de afbeeldingen
Je opleiding duurt nog anderhalf jaar. Hoe kijk je naar de toekomst?
“Ik kijk al uit naar oktober, wanneer ik het spookverhaal ga draaien dat ik op dit moment met de eerder genoemde scenarist aan het ontwikkelen ben. Dat wordt een nieuwe ervaring, aangezien ik tot nu toe altijd vrij nuchtere, realistische films heb gemaakt. Het zal een leuke uitdaging zijn om uit te zoeken hoe we de bovenmenselijke dimensie zo aangrijpend mogelijk in beeld kunnen brengen.
Verder kijk ik ook al uit naar mijn afstudeerfilm, waarvoor we het grootste budget en de grootste creatieve vrijheid krijgen. Ik heb al meerdere ideeën en sta al te trappelen om er één verder te ontwikkelen. Tegelijkertijd probeer ik ook regelmatig stil te staan en te genieten van deze hele ervaring. Voor je het weet, is de opleiding alweer voorbij.”
Heb je nog tips voor talenten die ook overwegen om een studie in het buitenland te gaan doen?
“Mijn belangrijkste tip is om het vooral te dóen. We hebben ontzettend geluk dat we in Nederland fondsen zoals de VandenEnde Foundation hebben die buitenlandse kunstopleidingen mogelijk maken, vooral in landen met hoge studiekosten, zoals het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Dat is zeker niet vanzelfsprekend. Een studie in het buitenland verbreedt je perspectief en biedt kansen waarvan je misschien niet wist dat ze bestonden.
Verder raad ik aan om altijd grondig onderzoek te doen naar wat voor opleiding je precies wil doen. NFTS is bijvoorbeeld een prestigieuze school, maar niet per se de juiste keuze voor alle filmmakers. Als je geïnteresseerd bent in experimentele of interdisciplinaire films, kan je beter naar The Royal College of Art (Londen) of Le Fresnoy in Frankrijk gaan.
Probeer ook zeker om contact op te nemen met studenten aan de opleidingen die je interesseren. Zij zullen je vaak het eerlijkste beeld geven. Ik had bijvoorbeeld het geluk om met Sarah Blok (een oud-bursaal van de VandenEnde Foundation) te kunnen praten. Haar positieve ervaringen op NFTS overtuigde mij om er ook heen te gaan.
Ten slotte raad ik aan om goed na te denken over wat je uit je opleiding wil halen. Is er een specifieke vaardigheid die je verder wil ontwikkelen? Is er een bepaald land waar je in de toekomst wil je werken of een netwerk wil opbouwen? Als je dit helder kan motiveren, versterkt het niet alleen je subsidieaanvraag, maar ga je ook veel doelgerichter te werk.”
Martin Crasborn ontvangt namens de VandenEnde Foundation in 2024 en 2025 een studiebeurs voor zijn studie aan de National Film & Television School.