8 januari 2026 | Organisatie, Samenwerking
Private fondsen roepen op: geef cultuur plek in formatie
De vier grootste private fondsen van Nederland – het Cultuurfonds, Fonds 21, VSBfonds en VandenEnde Foundation – roepen Den Haag op: zet cultuur weer op de agenda. In een brandbrief naar de formerende partijen pleiten de fondsen voor hoognodige toename van het jaarlijkse cultuurbudget.
Hoewel het belang van cultuur erkend wordt in de verkiezingsprogramma’s – als aanjager voor innovatie, betere arbeidsvoorwaarden en ondernemerschap – is daar in de rijksbegroting weinig van terug te zien. In de afgelopen twintig jaar daalde het cultuurbudget van de overheid als deel van de rijksbegroting met meer dan 25% gedaald. Waar in 2005 0,47% van de begroting naar cultuur ging, was dat in 2025 nog maar 0,35%. Dat betekent 500 miljoen euro minder per jaar voor makers, instellingen en publiek.
De rol van kunst en cultuur is in een tijd van grote maatschappelijke opgaven belangrijker dan ooit. Het is een randvoorwaarde voor een vrije, veerkrachtige en democratische samenleving. Het is niet voor niets dat autocratische regimes beginnen met het inperken van culturele vrijheid.
Bovendien zien verschillende Wereldgezondheidsorganisaties kunst als strategie voor ziektepreventie en gezondheidsbevordering. Voor OCW en SZW is dit een serieuze maatschappelijke opgave: integratie van cultuur binnen gezondheidsbeleid kan bijdragen aan preventie, verlichting bij ziekte en mentale veerkracht.
Oproep aan Den Haag
De vier fondsen roepen de formerende partijen op om het cultuurbudget te verhogen met 250 miljoen euro per jaar, zodat er een budgettaire inhaalslag kan ontstaan. Daarnaast pleiten ze voor het behoud van de gunstige fiscale maatregelen voor private investeerders (de Geefwet). Immers: publiek geld fungeert als hefboom voor privaat geld. De Raad voor Cultuur adviseerde in november 2025 niet voor niets om de financiering van de cultuursector duurzamer en stabieler te maken. Als de overheid wil dat private financiers meer bijdragen aan cultuur, zal die eerst zelf het goede voorbeeld moeten geven.
Terwijl het budget op de cultuurbegroting daalde, bleven de private bijdragen aan de cultuursector in de afgelopen jaren vrijwel gelijk. Daarmee is er een scheefgroei ontstaan. De vier fondsen gaven in 2024 ongeveer 77 miljoen euro aan kunst en cultuur en hebben daarmee hun grenzen bereikt. Dat strookt niet met de rol van de fondsen, die ‘aanvullend’ en niet ‘vervangend’ is. De fondsen zijn er voor de extra’s, de vernieuwing, de projecten – maar het fundament is en blijft een taak van de overheid.