7 januari 2026 | Studiebeurs
Interview: countertenor Tibbe Alkemade jaagt grote dromen na
Countertenor Tibbe Alkemade (2006) kreeg de liefde voor klassieke muziek niet van jongs af aan vanuit huis mee, maar na een toevallige ontmoeting na afloop van een schoolconcert veroverde het snel zijn hart. Op dit moment volgt hij het tweede jaar aan de Schola Cantorum Basiliensis in het Zwitserse Bazel, maar zijn leerschool begon al veel eerder. Jarenlang zong hij bij het Nationaal Jongenskoor en het Nationaal Gemengd Jeugdkoor.
Hoe kijk je terug op die periode?
“Voordat ik bij de Nationale Koren terechtkwam, was ik een energiek, fanatiek jongetje vol fantasie, dat veel bezig was met spelen en sporten. Ik vond bijna alles leuk en wilde het liefst ook in alles de allerbeste zijn. Zo ook in zingen.
Toen ik elf jaar oud was, hadden we een schoolconcert in de Nieuwe Kerk in Zeist. Ik had gevraagd of ik een solo mocht zingen en dan mocht. Volgens mij zong ik Morning has broken van Cat Stevens. Toevallig zat de dirigente van het Nationaal Jongenskoor, Irene Verburg, te luisteren in de zaal. Na afloop van het concert heeft ze aan mijn ouders gevraagd of ik auditie wilde doen voor het koor. Zo geschiedde. Daar kwam ik in aanraking met klassieke muziek, maar omdat mijn ouders me niet zozeer met dit genre hebben opgevoed, was ik nog niet meteen verkocht. Toch liet de liefde voor klassieke muziek niet lang op zich wachten, want al snel begonnen we met het koor te repeteren voor Mahlers Symfonie Nr. 8. Deze muziek vond ik zo fantastisch; ik was helemaal verkocht.
Na dit concert volgden nog talloze andere opera- en oratoriaproducties, zoals de Mattheüs Passion van Bach, Aus Licht van Stockhausen en War Requiem van Britten. Ik kreeg ook de mogelijkheid om te zingen in zalen als Het Concertgebouw in Amsterdam en TivoliVredenburg in Utrecht, onder leiding van dirigenten als sir John Elliott Gardiner, Iván Fischer en Yannick Nézet-Séguin. Zodoende kreeg ik al op jonge leeftijd de mogelijkheid om op een hoog niveau te musiceren. Ik vond het geweldig om dit samen met mijn vrienden uit het koor te mogen doen.
Toen ik de baard in de keel kreeg, stroomde ik vanuit het Nationaal Jongenskoor door naar het Nationaal Gemengd Jeugdkoor. In dit koor vol talenten heb ik een ontzettend fijne en gezellige tijd beleefd. We hebben mooie producties neergezet, in samenwerking met musici als Sigvards Klava en Voces8. Voor mij was het hoogtepunt de concertreis naar Hongarije. Tijdens deze reis hebben we op vele bijzondere locaties prachtige muziek ten gehore gebracht. Tegelijkertijd kregen we de kans om een nieuw land te ontdekken. De reis was, naast mijn hoogtepunt, ook mijn afscheid vanwege mijn studie.”
Je studeert nu al bijna anderhalf jaar aan de Schola Cantorum Basiliensis in Bazel. Waarom wilde je specifiek naar deze opleiding?
“In 2019 kreeg ik de kans om op het Koningsdagconcert een duet voor de koning te zingen. Ik denk dat deze onvergetelijke ervaring het besefmoment voor mij is geweest dat ik solist wilde worden en van zingen mijn beroep wilde maken. Na dit concert heb ik in verschillende opera- en oratoriumproducties mogen zingen en werd mijn gevoel om beroepsmusicus te worden bevestigd.
Toen ik in mijn laatste jaar van de middelbare school zat, ging ik samen met mijn zangdocente Irene Verburg op zoek naar een docent die mij verder zou kunnen helpen om mijn muzikale dromen na te jagen. Via ademcoach Paul Triepels kreeg ik uiteindelijk de tip om eens bij zangdocente Rosa Dominguez te kijken. Zij doceert aan Schola Cantorum Basiliensis, een wereldberoemde muziekacademie gespecialiseerd in oude muziek. Ik ben naar de open dag gegaan en heb vervolgens zanglessen bij Rosa gevolgd. Ik was erg onder de indruk van haar zangtechnische kennis en muzikaliteit. Daarom besloot ik om te auditeren.
De tekst gaat verder onder de afbeeldingen.
Het auditieproces bestond uit een videoronde en vervolgens een auditie op Schola zelf. Voor deze auditie op locatie was ik natuurlijk best zenuwachtig. De auditie bestond uit een praktisch gedeelte, waarin ik moest zingen voor de schoolleiding en de zangprofessoren, en een theoriegedeelte waarin ik moest laten zien hoe goed mijn gehoortraining, klavecimbel-skills en theoretische kennis waren. Ik begon met het praktijkgedeelte en de sfeer was eigenlijk heel relaxed. Ik zong drie stukken van Händel, Britten en Vivaldi. Vervolgens had ik een gesprek met de auditieleiding. Dit gesprek ging over mijn ambities en doelen die ik wilde bereiken in Schola. Hierna begon het theoretische gedeelte. Dit was één op één met een theoriedocent en was erg praktisch ingericht. Ik moest een dictee maken van een Bach-koraal, een stukje van blad zingen en vervolgens klavecimbel spelen. Dit laatste was nog even een dingetje, aangezien ik niet goed had begrepen dat er geen piano aanwezig zou zijn. Ik had Lieder ohne Worte (Mendelssohn) voorbereid, en je kan je voorstellen dat je dit stuk beter niet op een klavecimbel ten gehore kan brengen. Dat heb ik dus toch gedaan… Na afloop zei de theoriedocent dat alles in orde was en dat ik mocht gaan. Met een tevreden gevoel stapte ik in de trein terug naar Nederland.”
Ondertussen ben je al eventjes bezig daar. Hoe bevalt de opleiding?
“Het is natuurlijk een spannende stap om alles wat je vertrouwd is achter te laten in Nederland en een nieuw hoofdstuk te openen in een ander land, maar toch ben ik ontzettend blij dat ik deze stap heb gemaakt. Allereerst vanwege de inspirerende lessen met mijn docente Rosa Dominguez. Samen werken we aan een goede techniek die verbonden is met een vrij lichaam en een natuurlijke, stabiele ademsteun. Ik wist dat Rosa een ongelofelijk kundige zangpedagoog was, maar dat ik zoveel van haar kan leren en we in de lessen zo goed klikken, is voor mij boven verwachting geweest.
Wat ook leuk is, is dat de school veel projecten organiseert. Natuurlijk zijn er de concertavonden van mijn docent, waarbij we met de leerlingen uit Rosa’s klas een concert verzorgen, maar daarnaast zijn er ook andere projecten. Zo hebben we laatst bijvoorbeeld Bachs H-moll Messe uitgevoerd onder leiding van Masaaki Suzuki. Daarnaast heb ik het met mijn medestudenten erg goed. De sfeer op school is superfijn en omdat het een vrij klein instituut is, duurde het niet lang voordat ik een leuke groep vrienden had gevonden met wie ik, naast musiceren, ook buiten school om veel onderneem.”
En hoe is Bazel zelf als stad om te verblijven?
“De eerste week in Bazel verbleef ik in het huis van een Nederlandse familie die daar woonde. Dit was erg fijn, omdat zij mij de stad konden laten zien en mij wegwijs konden maken in het Zwitserse leven. Samen met hen heb ik verschillende concerten bezocht, wandelingen gemaakt en ben ik zelfs afgelopen winter op wintersport geweest. Ik ben ontzettend dankbaar dat ik deze familie heb leren kennen.
Na de eerste week kon ik terecht in mijn eigen studio. Het is een fijn plekje boven een restaurant aan de Rijn, vlakbij het conservatorium. Het was niet gemakkelijk om een plek te vinden vanwege de grote vraag naar kamers, maar ik ben heel blij met mijn studio en voel me er helemaal thuis.
De tekst gaat verder onder de afbeeldingen.
Met de stad duurde het iets langer voordat ik me deze eigen had gemaakt. Dit komt vooral doordat er in Bazel ‘Schwiizerdütsch’ wordt gesproken. Ik ging ervan uit dat ik met standaard Duits een heel eind zou komen, maar het Schwiizerdütsch bleek toch een hele taal op zichzelf te zijn, die moeilijker te leren was dan ik had verwacht. Gelukkig kan ik het inmiddels al een stuk beter verstaan en wordt er op school vooral in standaard Duits of Engels gesproken.
Het leuke aan Bazel is dat de stad zelf best veel evenementen organiseert. Zo werden afgelopen jaar het Eurovisie Songfestival en het EK Voetbal voor vrouwen georganiseerd in Bazel, waardoor er veel te beleven viel in de stad. Daarnaast zijn er natuurlijk de jaarlijks terugkerende evenementen, zoals de Fasnacht, waarin de stad drie dagen volledig op zijn kop staat. Het is te vergelijken met carnaval, al kan je dit beter niet tegen de Baselaren zeggen.
Ook is er in de herfst voor een lange tijd een kermis georganiseerd door de hele stad: de Herbstmesse. Kort daarna volgt de Weihnachtsmarkt waarop veel leuke kraampjes op verschillende pleinen de ramen openen, er veel muziek klinkt en er overal heerlijke glühwein te verkrijgen is.
Naast mijn studie ben ik lid van een hockeyclub, BHC 1911. Ik heb mijn hele leven al hockey gespeeld en wilde hier graag mee doorgaan in Bazel. Het team bevalt me goed en we spelen op dit moment voor promotie op het tweede niveau van Zwitserland. Ik vind het heerlijk om naast het zingen af en toe een balletje te kunnen slaan met mijn teamgenoten. Als ik terugkijk naar het afgelopen jaar kan ik absoluut concluderen dat ik mijn draai heb gevonden en ik me helemaal op mijn plek voel in Bazel.”
Als we eens vooruitkijken: wat staat er de komende periode allemaal op de planning?
“In het tweede jaar van mijn studie moet ik een ‘Zwischenprüfung’ afleggen. Dit houdt in dat ik voor de schoolleiding en zangprofessoren een programma van twintig minuten moet voorbereiden waarin ik laat zien wat ik heb geleerd in de afgelopen tijd. Samen met mijn zangdocente heb ik al besloten wat ik hier ga zingen. Ik heb er alle vertrouwen in dat dit helemaal goed gaat komen.
Daarnaast heb ik nog andere leuke concerten en audities gepland staan. Ik zing bijvoorbeeld met het Jeune Orchestre Baroque Européen de rol El Fuego (het vuur) uit de Spaanse opera Los Elementos van Antonio Literes. Ook zing ik in maart op het Bachfest in Stuttgart de Luterische Messe van Bach, onder leiding van Hans-Christoph Rademann. In januari heb ik een volgende auditie op de planning staan. De auditie is voor de rol van Siface in Jomelli’s opera La Critica. Veel leuks om naar uit te kijken dus!
Op de lange termijn heb ik ook een grote droom. Het lijkt mij ontzettend gaaf om op een dag in Het Concertgebouw in Amsterdam mijn eigen solo-optreden in te mogen vullen met een zelf samengesteld programma. Mijn voormalige zangdocente heeft mij meegegeven dat ik groot moet dromen. Dat advies volg ik maar al te graag op.”
Heb je nog tips voor talenten die ook overwegen om een studie in het buitenland te gaan doen?
“In de eerste plaats moeten ze hun hart volgen en zich vooral richten op de docent die hen gaat begeleiden in hun ontwikkeling tot musicus. Ga ernaar toe, proef de sfeer, ervaar hoe het is om daar te zijn en maak dan je keuze. Durf vooral voor jezelf te kiezen en af te wijken van wat anderen doen. Het is immers zeer persoonlijk in dit vakgebied en anderen hebben vaak goede adviezen, maar jij moet het uiteindelijk doen.”
Voor zijn opleiding in Bazel ontving Tibbe van VDEF in 2025 een studiebeurs van € 10.000,-.