5 juli 2026 | Project
‘De meester van de nacht’ eindelijk in het licht
In de zeventiende eeuw was hij een van de grote historieschilders van de Noordelijke Nederlanden, maar vandaag de dag lijkt zijn naam redelijk onbekend te zijn: de Utrechtse schilder Gerard van Honthorst (1592–1656). Het Centraal Museum Utrecht brengt daar dit jaar verandering in. Op 25 april 2026 opende de tentoonstelling Gerard van Honthorst – In alles anders dan Rembrandt, die nog tot en met 13 september 2026 te bezoeken is.
Met Utrecht als de stad waar Van Honthorst is geboren, getrouwd en gestorven, is het Centraal Museum de logische plek voor een overzichtstentoonstelling. Aan de hand van zo’n 60 schilderijen en 30 tekeningen reist de bezoeker door de tijd: van zijn Romeinse periode, via Utrecht naar zijn werk als Haagse hofschilder. Naast werken uit eigen collectie toont het Centraal Museum ook werken uit verschillende internationale collecties, waaronder het Musée du Louvre, de Britse Royal Collection en de Galleria Borghese.
Flexibele schilder
Gerard van Honthorst leert het schildersvak bij Abraham Bloemaert. Als jonge schilder vertrekt hij rond 1616 naar Rome. Daar raakt hij geïnspireerd door de Italiaanse experimenten met het contrast tussen licht en donker. Hij schildert veel nachtelijke taferelen, waarbij personen vaak door slechts één kaars worden verlicht. Het levert hem bekendheid op en hij ontvangt zelfs opdrachten om altaarstukken te schilderen.
In 1620 keert hij terug naar Utrecht. Hij verlegt zijn focus op het schilderen van musicerende gezelschappen, levendige genrestukken en, later, portretten. Ook hiermee weet hij internationale bekendheid te krijgen. Waar zijn tijdgenoot Rembrandt van Rijn vooral zijn eigen artistieke weg kiest, past Van Honthorst zich gemakkelijk aan aan de wensen van zijn opdrachtgevers. Door zijn flexibele houding en een goed luisterend oor krijgt hij veel opdrachten van koninklijke en adellijke families. Zo schildert hij regelmatig Amalia van Solms, de in Den Haag in ballingschap levende koningin Elizabeth van Bohemen, en de Britse Koning Karel I, die hem zelfs Engels staatsburger maakt.
De VandenEnde Foundation droeg € 20.000,- bij aan de totstandkoming van de tentoonstelling.